zaterdag 3 oktober 2015

Kandahar




In Kandahar, Afghanistan, heb ik de beste lambrochettes ooit gegeten. ’ t Is wel eventjes geleden en alles lijkt nadien doorgaans mooier dan het toen was.
Zo is het ook mogelijk dat alles lekkerder smaakt na een vermoeiende reis door de woestijn met als standaard menu, dadels, nog eens dadels, Betterfood koeken met sardines uit blik, zure gegiste augurken en water als drank,... als er al water was.

Ik zal beginnen bij het begin.

In 1974 en 75, hebben wij zoals vele hippies toen deden, een paar reisjes gemaakt naar Kathmandu in Nepal, 28.000 kilometer heen en terug, aller/retour! ( Ik ben niet de enige in onze familie die een beetje geschift is, mijn zuster is samen met haar echtgenoot te voet rond de wereld gewandeld.)
Wij vertrokken in Antwerpen in de schaduw van Lange Wapper op het Steenplein en arriveerden twee maanden later weer in Antwerpen maar dan op de grote markt onder Brabo’s fonteinen.
Daar als eerste werk, een groot pak frieten gaan halen en schuimende Stella’s drinken!

We deden de reis in een aftands Mercedes minibusje dat een maximum snelheid haalde van zestig kilometer per uur. Het busje kon wel, zij het traag, over de hoogste bergen klimmen dank zij de verkleinde overdracht in de versnellingsbak.
Heroïsche tijden waren dat toen !

We reden gemiddeld een vijfhonderd kilometer per dag, we sliepen buiten waar er ook maar plaats was en we aten in kleine lokale straatrestaurantjes... We aten er alle variaties van kebab, mutton curry, chapati, linzensoep, brood en alles wat verteerbaar was... Roomijs met hasjiesj, gezouten fruitsap en we dansten de chachacha in het toilet, of wat daar moest voor doorgaan, als er weer eens overvloedig hete pepers in het eten gesukkeld waren. We leerden ook al snel dat als het voedsel op je bord nog een beetje bewoog, je het best niet verder kon opeten.

We hebben in het zand vastgezeten, op een gammel vlot over de Brahmaputra gevaren omdat de brug weg was en nadien in het slijk geploft. Versnellingbak hersteld en lekke radiator ter plekke gerepareerd met een papje gemaakt van een droge vijg en een stuk touw, en dat een maandverband perfect kan functioneren als dieselfilter...
We hebben een douanier de mouw uit zijn hemd gescheurd omdat hij ons niet door wou laten zonder eerst steekpenningen te geven.
We hebben geleerd hoe je brood moet bakken in een kuil in de aarde, we hebben schapenyoghurt gegeten bij de herders in Anatolië, kaviaar uit een gamel 'gedegusteerd' in Iran, en een bord met hete-peper-omelet over een Indische ober zijn hoofd gekieperd...

Tijdens de eerste trip heeft mijn vrouw geelzucht gekregen, we waren toen in Iran op de terugweg maar ze kon niet meer mee met bus. Ik had toen nog vijftig dollar en twintig Duitse mark op zak.... Toch zijn we thuis geraakt, met het vliegtuig....!
Heel wat anders hoor dan het gezeur dat je nu hoort bij Thomas Cook of Neckermann... dat was nog echt reizen!!!

Afghanistan, we reden er telkens twee keer door. Onder andere door de beruchte woestijn van Baloechistan waar je de politie moest verwittigen vooraleer er door te mogen... en terug aanmelden aan het einde van de rit. Een gebied dat ook nu nog steeds zeer gevaarlijk is. Baloechistan ligt grotendeels op Pakistaanse bodem maar grenzen zijn aldaar onbekend.
Drie steden deden we aan in Afghanistan, westelijk was dat Herat, in het oosten was het de hoofdstad, Kaboel en zuidelijk de boevenstad, Kandahar.

In Afghanistan reden we meestal ’s nachts omdat het overdag te heet was. Hoe warm het was dat weten we niet meer want de thermometer die tot vijftig graden ging is kapot gesprongen.
Water goten we in aardewerken kruiken die dan langs buiten aan de bus gebonden werden, de kruiken werden vochtig aan de buitenkant door de poreuze wand en door de luchtstroming tijdens het rijden koelde het water zoals de beste koelkast...  Maar in dergelijke landen drink je beter thee, bittere gunpowder thee, met suiker.... geloof me vrij...
In Afghanistan betaalde je enkele centen voor een pot thee en nadien telde men hoeveel brokjes suiker je genomen had. De suiker was steeds duurder dan de thee.
En de toiletten aldaar? Het mooiste toilet, nu ja, was buiten, juist voor de ingang van het theehuis: een put in de grond en daarboven een wiebelende plank.

Maar nu over die lamsbrochettes in Kandahar.

In vele eethuisjes daar, restaurant is een beetje overdreven, werden die spiesjes verkocht. Ik heb ze nooit geteld maar ik denk dat je zo een twintigtal brochetjes kreeg als portie. De pennen waarop het vlees stak waren gemaakt van plaatijzer. Zeer lange gelijkzijdige driehoeken. De basis één centimeter breed en de hoogte of de lengte, twintig centimeter. Enige centimeter voor de punt was in het metaal een sierlijk krul gedraaid. Die moest beletten dat het vlees te hoog zou gaan kruipen.
Op die punt staken een vijftal kleine stukjes lamsvlees en tussen elk stukje vlees zat een klein blokje vet. Vet van de staart van het vetstaartschaap...!
Het vetstaartschaap, misschien beter bekend onder de naam karakul of  karakoelschaap. Het is van dit schaap dat vroeger, en nu nog, bontmantels gemaakt werden. Van de pasgeboren lammetjes. Het werden dan “persianer” of “astrakan” of “breitschwanz” mantels of jasjes...

De brochettes  werden buiten voor de ingang van het restaurant gegrild door de “maître rôtisseur”. De spiesjes lagen te roosteren op een soort smalle bloembak waarin gloeiende houtskool smeulde. Aan een razend tempo draaide de grillmaster de spiesjes om en om ... Het vet zorgde er voor dat het vlees supermals werd en ook een heerlijke smaak kreeg. De brochettes werden op een stapel opgediend op een gedeukt geëmailleerd bord. Je kreeg er brood bij, sla, komkommer, yoghurt, rijst en gestoofde aubergines.
Een cola koste evenveel als de ganse maaltijd... Van een biertje kon je alleen dromen.

Eén probleem, ik zou verdorie niet meer weten hoe het restaurant heette of waar het zich juist bevond... Misschien is het reeds plat gebombardeerd...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen