zondag 4 oktober 2015

Kameel




Ook dit verhaaltje is een voorval uit de periode dat we in Algerije woonden. In een vorig verhaaltje, hier te lezen, heb ik verteld over Jean-Marie en Edgard, en over hun belevenissen met een konijn.
Op een avond zouden ze beide op visite komen, om een hapje te eten.
De dag voordien waren we, mijn vrouw en ik, naar de markt geweest in Biskra, Algerije. Zoek maar even op de wereldkaart. Biskra ligt aan de noordelijke rand van de Sahara.
We kwamen een ietsje te laat, de markt was zo goed als afgelopen maar toch nog eens snel gaan kijken of er iets te vinden was. Er was nog een kraam open waar vlees verkocht werd en de  handelaar had nog één kamelenschouder.
Dat zou dan de hoofdschotel worden voor de bezoekers van morgen! Gelukkig heeft de verkoper het gewicht van de vliegen die op het vlees zaten niet mee gerekend.

’s Anderendaags om twee uur ’s namiddags begon er een alarmbelletje te rinkelen, het bezoek zou om acht uur komen en hoelang zou dit soort vlees wel moeten stoven om gaar te worden ???
Dus het veilige voor het onveilige gekozen en het vlees maar opgezet. Gewoon, zoals men Vlaamse stoofkarbonaden maakt maar met Frans bier; dat bestond daar toen…(‘ 33 )
Na een drietal uren even gaan controleren op de graad van zachtheid, maar het vlees was nog beenhard.
Uiteindelijk rond acht uur, dus zes uur later was het vlees aanvaardbaar mals, maar het mocht zeker nog een uurtje langer op het vuur gestaan hebben.

De jongens hebben er toch smakelijk van gegeten, ook zij vonden dat het “stoofvlees” wel een ietsje malser mocht geweest zijn, maar in het buitenland mag men niet te kritisch zijn, niet waar ? De kwaliteit van vlees is niet overal ter wereld gelijk.

Toen was er één van de twee die waarschijnlijk onraad begon te ruiken en vroeg welk soort vlees ze nu gegeten hadden ?

’t Was geen probleem, een goede gastronoom kan alles appreciëren, zeker in het buitenland!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen